Sprint naar de toekomst

03 oktober 2016

Hoe ontwikkelt het OV zich de komende jaren? Welke trends onderscheiden wij? Hoe komen basismobiliteit en OV goed bij elkaar? Kunnen logistieke stromen zich mengen met reizigersstromen? Gaan de regiecentrales de oplossing bieden voor flexibele vraag en aanbod? Dit zijn vraagstukken waar tijdens de bijeenkomst van het Breng Kennisnetwerk op woensdag 21 september dieper op in is gegaan.

In het hotel van topsportcentrum Papendal kwamen onderzoekers en geïnteresseerden van de verschillende kennisnetwerkorganisaties bij elkaar om bijgepraat te worden over de laatste ontwikkelingen.

Hoogleraar Henk Meurs – tevens dagvoorzitter en voorzitter van de stuurgroep Breng Kenniscentrum – trapte af met de stand van zaken rondom de mobiliteitsvraagstukken en een terugblik op het vorig symposium over "zorg & mobiliteit". Ook meldde hij dat dhr. Arthur Boone tot de stuurgroep van het Kenniscentrum is toegetreden, waar hij de regiogemeenten zal vertegenwoordigen. Na deze plenaire opening werd de groep van 40 genodigden opgesplitst om onder leiding van Oscar Roelofs en Erik Lelieveld – beide senior adviseur bij Gloedcommunicatie – in deelsessies dieper in te gaan op de ontwikkelingen binnen mobiliteit in algemene zin en de samenhang tussen zorg en mobiliteit in het bijzonder. Zes onderzoeken werden gepresenteerd en besproken. Hieronder een korte samenvatting.

Matching public transport networks to land-use pattern
In zaal 12 had Kasper Kerkman de eer als eerste zijn onderzoeksresultaten te mogen presenteren. Zijn promotieonderzoek gaat over matching public transport networks to land-use pattern’s. Oftewel, hoe kan de afstemming tussen de ruimtelijke patronen in de regio en het openbaar vervoer beter en hoe spelen die op elkaar in? Intussen is het onderzoek beland in fase drie en kan voor de eerste twee fases de balans op worden gemaakt. Zo bleek uit fase een dat hoge dichtheden van inwoners of arbeidsplaatsen, hoge frequentie en veel richtingen van het openbaar vervoer en de mogelijkheid om over te stappen een positieve invloed hebben op het gebruik van het openbaar vervoer. Het gebruik wordt negatief beïnvloed door een hoog percentage ouderen, grotere afstand tot het centrum en andere bushaltes in de omgeving. Ook fase twee – die ging over de vraag hoe we de OV reizigersstromen in de regio Arnhem Nijmegen kunnen verklaren – is afgesloten. Reistijd blijkt van minder grote invloed te zijn dan vooraf verwacht, daarentegen heeft de directheid van de verbinding wel een grote invloed. Fase drie – de huidige fase van het project – gaat over welk type OV aanbod (netwerk) het beste past bij de verschillende ruimtelijke structuren. Dit zal resulteren in inzichten in hoe we OV aanbod en de ruimtelijke structuren beter op elkaar aan kunnen laten sluiten. Na de presentatie van het onderzoek was er tijd voor input uit de zaal. Zij konden zich vinden in de verschillend geschetste onderzoeksvarianten voor de relatie tussen ruimtelijke scenario’s en strategieën voor het OV-netwerk. 

Klik hier voor de presentatie. 

Cargohitching
Na de presentatie van Kasper Kerkman kwam Coen van Geijn aan het woord over cargohitching. Cargohitching is een project waarbij goederen worden meegegeven aan het personenvervoer in plaats van vervoerd te worden door de pakketdienst. Na vele logistieke onderzoeken, werd door de twee studenten van de HAN onderzoek gedaan naar de juridische en financiële kant. Al eerder werd geëxperimenteerd met het meegeven van pakketjes aan taxiservices die kinderen van huis naar school en weer terug bracht. Nu gaat er in Millingen een pilot van start waar pakketjes worden meegenomen door lijnbussen. Dit roept allemaal vragen op; heeft het impact op de veiligheid van passagiers, op de snelheid van de bus of het routeschema? Wie is er verantwoordelijk voor de pakketjes en zijn de lijnbussen wel gemaakt voor het vervoer van dit soort goederen? Coen van Geijn: “Waar je tegenaan loopt is dat de huidige concessies niet ingespeeld zijn op deze multimodale vervoeren. Deze pilots zijn goed om dat soort dingen boven water te krijgen. Je merkt dat het personen- en goederenvervoer heel erg uit elkaar getrokken is. Om dit project succesvol te laten zijn, moet je eerst in de praktijk zien waar het wringt.” Vanuit de zaal kwam een gemengde reactie. Het project zelf werd positief ontvangen, maar de ervaring uit het verleden is dat de implementatie van dit soort projecten vaak lang duurt.

De ontwikkelmogelijkheden van de Gelderse regiecentrales
De laatste presentatie in zaal 12 werd gegeven door Robin Kleine die zijn afstudeeronderzoek deed over de ontwikkelmogelijkheden van de Gelderse regiecentrales. Een regiecentrale vormt een schakel tussen vervoerders en reizigers. Ze nemen de vraag tot vervoer van de reiziger aan en zetten het uit naar bedrijven die daar in de buurt zijn. Uiteindelijk is het de bedoeling zoveel mogelijk vervoersvormen te bundelen. In Wenen is eenzelfde project van start gegaan en daarom rijst de vraag: kan het ook in Nederland doorgroeien naar een platform? De conclusie van Robin’s onderzoek was dat er nog veel moet gebeuren, wanneer dit in Nederland een succes wil worden. “Er moeten wel dingen gebeuren. Overheden moeten gaan samenwerken; hetzelfde geldt voor aanbieders van vervoersdiensten. Met een platform moet je ook die partijen aan je proberen te binden. Aanbieders moeten worden gebonden aan het platform, er moet meer kennis komen over ICT en data en onderliggende structuren. Hoe kun je een vervoerder aan laten sluiten? Wat betekent het voor de overheid? Ook ben je afhankelijk van aanbestedingen, concessies en wetgeving. Iedereen moet het wel willen en alle neuzen dezelfde kant op moeten staan,” zegt Robin. Het publiek is enthousiast. Wel vragen sommigen zich af of de overheid hier überhaupt een rol in moet willen spelen of dat we het gewoon kunnen overlaten aan de markt.

Klik hier voor de presentatie. 

OV-abonnement door WMO’ers
In zaal 11 presenteerde Maarten Kwakernaak zijn resultaten van het onderzoek naar de invoering van het ‘WMO-abonnement’ in Nijmegen. Samen met Renée van Os deed hij onderzoek naar de invloed die de invoering van het nieuwe busabonnement heeft op het gebruik van het regionaal busvervoer en de individuele bereikbaarheid van inwoners van Nijmegen die voorheen recht hadden op een vervoerskostenvergoeding vanuit de Wmo. De onderzoeksresultaten zijn erg positief, mensen waren dankbaar en voelden zich zelfredzaam. Echter, er was ook kritiek. Zo is het abonnement gebonden aan een beperkt gebied. De lokale reisbehoefte binnen de gemeente is veruit het grootst, maar voor mensen waarbij de vervoerbehoefte buiten het gebied gaat is het abonnement geen oplossing. Het tweede puntje van kritiek is dat de bushalte soms op een te lange loopafstand ligt voor de gebruiker. Volgens Maarten Kwakernaak moet er niet te vroeg gejuicht worden: “Ook al zijn de resultaten erg positief, we zouden ons niet moeten laten verblinden door een enthousiaste meerderheid. Uiteindelijk zou het mooi zijn om te verbeteren en dan is het goed om de ervaringen van de negatieve minderheid nader te bekijken.” Naderhand was er ruimte voor een discussie met de zaal.

Klik hier voor de presentatie. 

De mogelijkheden voor zelfstandig reizen met het OV voor zorgcliënten van Driestroom
Tijdens het interview met Eric Dongelmans en Leo Kros van Driestroom werd meer duidelijk over hun praktijkonderzoek. Leo Kros: “Wij begeleiden kwetsbare mensen, het liefst vanuit de gedachte van kleinschaligheid. Bij het betrekken van deze groepen in de maatschappij is goede mobiliteit een vereiste.” Binnen deze groep is het verlangen om de stap naar het OV te maken heel groot. Het gebruiken van het OV staat voor de bewoners voor zelfredzaamheid, onafhankelijkheid, flexibiliteit, vrijheid, eigenwaarde en ook tijdsbesparing. Volgens Eric Dongelmans zitten de nadelen en drempels in het sociale systeem, thuis en in de begeleiding. Er heerst terughoudendheid en een gepercipieerd gevoel van onveiligheid. Mensen met een verstandelijke beperking zijn kwetsbaar en vinden het OV spannend. Door middel van het aanreiken van meer hulpmiddelen, het deelnemen aan pilots en het geven van trainingen wil Driestroom de cliënten beter voorbereiden en helpen. “Ook wij hebben mensen die absoluut nooit met de bus kunnen, maar de cliënten die daartoe wel in staat zijn, moeten wij ondersteunen,” vindt Leo Kros.

De regionale reiskoffer in de regio Arnhem
Als laatste kwamen Renée van Os en Maarten Kwakernaak nogmaals aan het woord over het gestarte onderzoek naar de regionale reiskoffer in de regio Arnhem. Het onderzoek gaat na hoe de reiskoffer het leven van mensen kan veranderen. Vooral ouders zijn nog af en toe terughoudend, dus die moeten worden overgehaald hun kind los te laten. Er wordt geen effectonderzoek gedaan. Individuele bereikbaarheid en de huidige ervaring staan centraal, op zowel kwalitatief en kwantitatief niveau. Zo gaan er bijvoorbeeld studenten van sociaal pedagogische hulpverlening en studenten communicatie meereizen met cliënten die gebruik maken van de reiskoffermiddelen. Ben Mouw (ROCOV): “We pleiten voor ambassadeurs, die mensen aan de hand meenemen, ook om te laten zien dat er veel verbeterd is. Dat is een onmisbaar element om de omslag te maken.” Het onderzoek focust zich nu alleen op deze drie middelen.

SCRIPTS
Na afloop van de deelsessies verzamelden iedereen zich weer in de grote ruimte om af te sluiten met een presentatie van Henk Meurs over de toekomst van het openbaar vervoer en het onderzoeksprogramma SCRIPTS. Hoe moeten we in de toekomst stedelijke bereikbaarheid vorm gaan geven?

SCRIPTS is het meerjarige onderzoeksprogramma van de Radboud Universiteit, TU Eindhoven, TU Delft en Hogeschool Arnhem Nijmegen. Dit zal de komende jaren veel aandacht vragen van alle partners van het Kenniscentrum. Henk Meurs wijst op de statistieken en prognoses: 80% van de wereldbevolking woont in steden in 2030. Als we mobiliteit op dezelfde wijze blijven invullen levert dat bereikbaarheidsproblemen op. De steden lopen tegen hun limiet van hun auto-capaciteit aan. Slimmere en flexibelere systemen zullen nodig zijn. Naast de integratie van doelgroepenvervoer zal er nog meer integratie van diensten gaan plaatsvinden, ook op het gebied van reisinformatie, plannen en betalen. Een sleutelrol zal weggelegd zijn voor slimme coördinerende diensten die mensen door de bomen het bos laten zien. Daarvoor is een programma opgezet, genaamd SURF (Smart Urban Regions of the Future), met als grootste focus de ontwikkeling van mobiliteitsdiensten. “In grotere steden zal altijd massaverkeer – in de vorm van openbaar vervoer – blijven bestaan, simpelweg omdat de stad het niet aankan als iedereen het vervoer op zichzelf gaat aanpassen,” benadrukt Henk Meurs.

Henk Meurs sluit af met de mededeling en uitnodiging aan alle deelnemers en partners om hier vooral over mee te blijven denken. Via www.brengkenniscentrum.nl zullen we het SCRIPTS-programma en alle andere onderzoeken blijven delen.

Klik hier voor de presentatie. 

Na het plenaire deel en de deelsessies was er de mogelijkheid deel te nemen aan een rondleiding door de topsporthal Arnhem. Na deze rondleiding werd de dag afgesloten met een hapje en drankje in bar Dug Out van het Hotel- en Congrescentrum Papendal.

Delen:

Facebook Twitter Linkedin Email Pinterest